
In de zorgsector is het risico op blootstelling aan biologische agentia, zoals bacteriën en virussen, nooit ver weg. De Codex over het Welzijn op het Werk wijdt daarom een volledig boek aan dit risico, met specifieke bepalingen voor de gezondheidszorg. Hieronder overlopen we wat dit concreet betekent voor de PBM die je als werkgever moet voorzien.
Boek VII van de Codex regelt de bescherming van werknemers tegen biologische agentia, micro-organismen die een infectie, allergie of intoxicatie kunnen veroorzaken. Deze agentia worden ingedeeld in vier gevaargroepen, van groep 1, waarbij een ziekte bij de mens onwaarschijnlijk is, tot groep 4, waarbij een ernstige ziekte met weinig behandelingsmogelijkheden mogelijk is. Artikel VII.1-34 stelt uitdrukkelijk dat de werkgever verplicht is PBM en werkkledij te voorzien voor werkzaamheden waarbij een risico bestaat voor het welzijn van werknemers door blootstelling aan deze agentia.
Voor werkgevers die instaan voor het beheer, de organisatie of de verstrekking van gezondheidszorg gelden bijkomende, specifieke bepalingen rond scherpe medische instrumenten, zoals naalden. Dit is een rechtstreeks gevolg van het risico op prikaccidenten, waarbij werknemers verwond of geïnfecteerd kunnen raken. Als werkgever moet je hierover ook aannemers en onderaannemers informeren wanneer hun werknemers op jouw site met dit risico te maken kunnen krijgen.
Bij elk contact met lichaamsvloeistoffen, besmet materiaal of medische instrumenten zijn wegwerphandschoenen de meest gebruikte PBM in de zorg. De Codex verplicht handbescherming voor werknemers die het risico lopen op contact met stoffen die besmettende kiemen kunnen bevatten, en voor wie tewerkgesteld is aan het behandelen of schiften van vuil linnen of vuile kledingstukken.
Bij infectierisico via de lucht, bijvoorbeeld bij bepaalde virale of bacteriële aandoeningen, moet je als werkgever mondmaskers voorzien. De FOD Werkgelegenheid verwijst hierbij expliciet naar maskers van het type FFP2 of FFP3, afhankelijk van de aard van het risico en de gevaargroep van het betrokken agens.

Wanneer er risico bestaat op spatten van lichaamsvloeistoffen, is een beschermschort aangewezen, aangevuld met een spatbril of gelaatsscherm om de ogen te beschermen. Deze combinatie van PBM wordt in de praktijk vaak samen ingezet bij verzorgend werk of laboratoriumactiviteiten.
Dit hangt af van het specifieke infectierisico en de gevaargroep van het betrokken biologisch agens. De FOD Werkgelegenheid vermeldt FFP2 en FFP3 als voorbeelden van gepaste ademhalingsbescherming, maar de exacte keuze bepaal je samen met de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer op basis van de risicoanalyse.
Ja. Werkgevers in de gezondheidszorg hebben bijkomende verplichtingen rond scherpe medische instrumenten, om het risico op prikaccidenten te beperken. Dit geldt ook voor aannemers en onderaannemers die op jouw site werken.
Biologische agentia worden ingedeeld in vier groepen naargelang het risico op infectieziekte, van groep 1, waarbij ziekte bij de mens onwaarschijnlijk is, tot groep 4, waarbij een ernstige ziekte kan optreden met beperkte behandelingsmogelijkheden.
Vind je antwoord snel en gemakkelijk op onze FAQ pagina.
Als Vanatex-klant geniet je van exclusieve voordelen en houden we je op de hoogte van de nieuwste trends.